
Als je 60 jaar geleden vijf maal twee draaide dan kreeg je de verkeersongevallenbrigade aan de lijn. Zij hebben van verkeersongelukken hun specialisatie gemaakt. Het Utrechtsch Nieuwsblad wijdt er op zaterdag 10 maart 1962 een artikel aan.
Nog een minuut nadat de telefoon voor het eerst is overgegaan, rijdt een van de in het stadsbeeld bekend geworden bestelauto's de poort uit. Twee mannen zijn onderweg naar wat volgens het Utrechtsch Nieuwsbald onverbrekelijk met de tegenwoordige tijd is verbonden, een verkeersongeluk. De mannen van de v.o.b., zoals de brigade gemakshalve wordt genoemd, doen hun werk volgens de krant rustig en met kennis van zaken.
Op hun procesverbalen bouwen de rechters en de verzekeringsinstellingen. De 20 mannen die bij de v.o.b. zijn ingedeeld weten dat. Daarom gaan zij nauwgezet en rustig te werk.
Ze letten letterlijk op alles. Zij kijken naar de technische toestand van de wagens, die bij een ongeluk betrokken zijn. De rem- of schuifsporen worden gemeten. Zij noteren hoe het weer is tijdens een aanrijding, hoe het wegdek er uitziet. Wanneer het bij donker is gebeurd, geven zij in het rapport aan hoe de verlichting was.
Tekenend voor de geaardheid van de v.o.b.-mannen is de manier waarop zij naar een ongeluk toegaan, aldus het Utrechtsch Nieuwsblad. Dat gebeurt zelden met gillende sirenes. 'Waarom zullen wij het doen? zeggen ze. Wij kunnen niets heel maken.'
Vijfmaal twee. Maar al te vaak moet dit nummer gedraaid worden wegens een verkeersongeluk, aldus het Utrechtsch Nieuwsblad. Meer dan eens moeten de mannen van de v.o.b. overuren maken. Zij vinden het niet erg, want zij houden van hun werk. Maar zij zien te vaak hoe telkens weer dezelfde oorzaken aan een botsing ten grondslag liggen, oorzaken die vaak te herleiden zijn tot een zichzelf niet kennen. En dat ergert hen wel eens.






