De laatste molen die in het Utrechtse stadsbeeld nog de aandacht trekt is De Rijn en Zon aan de Adelaarstraat. De naam van het 50 jaar oude gebouw herinnert aan de Rijn en Zon op het Paardenveld, bij vele oudere stadgenoten nog lang niet vergeten, zo meldt het Utrechtsch Nieuwsblad op zaterdag 20 april 1963.
De heer J. Korvenaar, vader van de de tegenwoordige eigenaar van de molen aan de Adelaarstraat G. Korvenaar, moest het veld ruimen en in de eerste maanden van het jaar 1913 sloegen slopers hun slag.
De heer G. Korvenaar, die thans de molen bewoont, is in de molen op het Paardenveld geboren. Hij vertelt graag over het bedrijf van zijn vader. Zo herinnert hij zich nog goed, dat er bij de bouw van de nieuwe molen aan de Adelaarstraat in 1913 materiaal van de afgebroken molens aan het Paardenveld gebruikt werd, ook de gevelsteen werd overgebracht. Men voerde zelfs onderdelen aan van ver buiten de stad.
Rustig maalde de molen het koren tot in de nacht van 28 februari op 1 maart 1949, een vliegende storm het bouwwerk, met name de kap en de wieken, ernstig beschadigde. Daags tevoren was de elektrische tram uit het Utrechtse stadsbeeld verdwenen.
Wat er in de vroege ochtend precies gebeurde is een verhaal apart. Bij het verkruien van de kap van de molen op de richting van de wind brak een kruiketting, de reminstallatie raakte onklaar, de kap sloeg juist een halve slag om en de wieken begonnen al sneller te draaien. Er was geen houden meer aan. De heggen sloegen uit de wieken en alleen de roeden herinneren nog aan de volle glorie van deze windkorenmolen, die zeker zou zijn hersteld, wanneer men de plannen voor de toekomst van dit stadsdeel zou hebben kunnen vaststellen. En ook nu is er nog niets definitiefs te zeggen over de molen, die er al 14 jaar treurend bij staat.