Ruim 200 zigeuners uit Nederland, Zweden, Frankrijk, België en Duitsland hebben vanmiddag in Utrecht de laatste eer bewezen aan een aristocratische dode: mevrouw Augustine Westhiner-Westhiner Baba (43). De overledene behoorde tot de koninklijke familie der Westhiners. Zij was een schoonzuster van de in 1964 gestorven zigeunerkoning Fernande. Dat meldt het
Utrechtsch Nieuwsblad op woensdag 6 april 1966.
Om half een verzamelde zich bij het Academisch Ziekenhuis - waar mevrouw Westhiner zondag is overleden aan een hersenbloeding - honderden naaste en verre familieleden waaronder de vier kinderen en de weduwnaar Joffre Westhiner. Toen de kist naar buiten werd gedragen, formeerde zich de lijkstoet. ’n Lange rij auto’s volgde de lijkwagen, die werd geëscorteerd door twee man gemotoriseerde politie, op zijn laatste gang naar ’t woonwagenkamp aan de Stadionweg.
Het rouwceremonieel was doortrokken van de blijmoedige sfeer, die de dode bij haar leven om zich heen schiep. Aan het hoofd van de stoet liep ’n combo van vijf Utrechtse muzikanten die vrolijke wijsjes speelden als ‘Besame mucho’, ‘Ik heb genoeg van jou’ en de tango ‘Jaloesie’.
Het waren lievelingsnummers van mevrouw Westhiner, waarom zij op haar sterfbed speciaal had gevraagd. De dode was in een wit satijnen bruidstoilet gestoken en had op het hoofd een strassdiadeem, waaraan ’n kort sluiertje was bevestigd. ‘Haar man heeft hiermee willen uitdrukken, dat zij nu zij van hem is heengegaan de bruid van Christus is geworden’, verklaarde frater Omlo, de geestelijke leidsman van de Nederlandse zigeuners, die de stoet vergezelde. De korte bruidsjurk was maandagmorgen in ijltempo vervaardigd op een Utrechts atelier. Het doodsboeket, dat de overledene werd meegegeven, bestond uit witte stefanotis.
In de zware massief eikenhouten kist waren ook de persoonlijke bezittingen van mevrouw Westhiner gelegd: een flacon parfum, enkele gouden sieraden, haar garderobe, schorten en handdoeken. Het is bij zigeuners overigens gebruikelijk dat deze bezittingen direct worden verbrand. Eveneens is het traditie dat bij de dode drie nachtwaken worden gehouden. Gezien het grote aantal familieleden kon dit echter niet in het ziekenhuis gebeuren.
De rouwende familie heeft echter toch aan dit typische zigeunerceremonie voldaan. De laatste drie nachten hebben zij op het terrein aan de Stadionweg, waar de wagen van de familie Westhiner staat, bij kampvuren hun klaagliederen en klaagmonologen aangeheven.
Toen de lijkstoet rond half twee bij het kamp aan de Stadionweg aankwam, - het afscheid van de dode aan haar woning - konden de kleinkinderen nog één keer ‘latsjo mami’ (dag grootmoeder) zeggen. Na dit kinderlijk vaarwel, trok de lijkstoet via de rijksweg naar Orthen bij Den Bosch. Mevrouw Westhiner werd daar om drie uur na een katholieke uitvaartdienst bijgezet in de grafkelder van de familie Westhiner.