Op 17 mei 1375 sloot de Utrechtse bisschop Arnold van Horne met de
geestelijken, ridders en steden in een deel van zijn gebied, het
Nedersticht, een overeenkomst over medezeggenschap. Deze Stichtse
Landbrief vormt het begin van de Staten van Utrecht. De viering 650 jaar
Stichtse Landbrief was de aanleiding voor een
boek van Renger de Bruin over tweeduizend jaar provinciebestuur in Utrecht.
De
Bruin had ruim twintig jaar geleden al eens een boek geschreven over
het Utrechtse provinciebestuur. Toen twee jaar geleden de gesprekken
begonnen over de herdenking van de Stichtse Landbrief vroeg commissaris
van de Koning Hans Oosters of hij een update van dat boek wilde
schrijven. Maar het is volgens De Bruin gewoon een heel nieuw
boek geworden. 'Zowel bij de oude als de nieuwe versie is de titel
ontleend aan een citaat uit de Stichtse Landbrief. En in het nieuwe boek
begin ik bij de Romeinen terwijl het oude boek bij Willibrord begint.
Want bij de Romeinen maakte de regio Utrecht voor het eerst deel uit van
een provinciale structuur, Utrecht maakte namelijk deel uit van de
provincie Germania Inferior.'
En in het nieuwe boek zijn de
laatste 22 jaar er ook bij betrokken, vertelt De Bruin. 'Zo besteed ik
aandacht aan onderwerpen die toen niet speelden en nu wel, zoals
bijvoorbeeld de wolf. Ik behandel bijvoorbeeld een door de Staten van
Utrecht opgezette wolvenjacht in 1592. Want er zou sprake zijn van een
wolvenplaag. Daarom werden alle mannen uit de Vechtstreek opgeroepen om
deel te nemen aan een drijfjacht op een wolvenroedel die zich schuil
hield in de bossen bij Loenen. Hoeveel wolven er zijn gevangen is niet
bekend maar de premie bedroeg 30 gulden per wolf en als je dan bedenkt
dat een weekloon toen ongeveer 6 gulden bedroeg. En een nestje jonge
wolvenwelpjes leverden 10 gulden per welp op.'
Van de Stichtse
Landbrief zijn zeven exemplaren bewaard gebleven, vertelt De Bruin. 'Die
bevinden zich allemaal in het Utrechts Archief. Het zijn er in ieder
geval acht geweest. Het exemplaar van het kapittel van Sint Jan is zoek
geraakt. Het is onduidelijk hoeveel exemplaren er oorspronkelijk zijn
geweest. Bekende instanties zoals kapittels, de bisschop en de stad
Utrecht hadden er een. Individuele ridders hebben de Stichtse Landbrief
wel getekend of van een zegel voorzien maar het is de vraag of ze ook
een exemplaar van de Stichtse Landbrief hebben ontvangen. De eerste
vermelding van de ridderschap was pas in 1426. Zij hadden ook het minste
belang bij de Stichtse Landbrief. De adel had in die tijd voor veel
onrust gezorgd en de eenheid van de Nedersticht ondermijnd. De stad
Utrecht en de kapittels wilden juist een geordend bestuur en de bisschop
wilde geld ontvangen om de edellieden te onderwerpen. Klaarblijkelijk
hadden de edellieden geen keus en moesten ze akkoord gaan.'
De
drie standen die de Stichtse Landbrief ondertekenden kregen in ruil voor
financiële middelen voor de bisschop ook rechten. De Bruin: 'Het
belangrijkste recht dat ze kregen was dat ze regelmatig door de bisschop
geconsulteerd werden. Voor de Stichtse Landbrief vond er ook al overleg
plaats tussen de bisschop en de geestelijken en de adel. Daar schuiven
nu ook de steden bij aan. Dat overleg vond enkele tientallen malen per
jaar plaats. De vergaderingen werden meestal gehouden in de kapittelzaal
van de Dom. De kapittels en de steden, met name Utrecht, trekken met de
Stichtse Landbrief veel macht naar zich toe. Zo mag de bisschop geen
belasting meer heffen of oorlog verklaren zonder hun toestemming. En de
ambtenaren van de bisschop moeten geboren Stichtenaren zijn. Ook mag de
bisschop geen stukken grond meer verpanden. Voor de Stichtse Landbrief
brokkelde namelijk het grondgebied van de Nedersticht steeds verder af.
Je zag dat voor de Stichtse Landbrief Holland en Gelderland wereldlijk
gebied van de bisschop onderling aan het verdelen waren. Nu werd de
territoriale integriteit van de Nedersticht vastgelegd. Toen 11 jaar
later Montfoort dreigde af te vallen, werd het kasteel dan ook belegerd
met modern wapentuig.'
Maar de bisschop krijgt er ook wat voor
terug, namelijk geld. De Bruin: 'Bisschop Arnold van Horne had veel
schulden geërfd en hij moest op twee fronten oorlog voeren. Gelderland
en Holland probeerden steeds wereldlijk gebied van de bisschop in te
pikken en hij was betrokken bij de Gelderse opvolgingsstrijd. Dat was
namelijk een mooie kans om de positie van Gelderland te verzwakken.'
De
Stichtse Landbrief heeft volgens De Bruin zo'n anderhalve eeuw als een
soort grondwet voor de Nedersticht gefungeerd. 'De bisschop was, zowel
voor de Nedersticht als de Oversticht een wereldlijk heer maar hij moest
zich voortaan wel aan de Stichtse Landbrief houden.'
Toen Filips
II in 1581 werd afgezworen als landsheer ontstond de Republiek der
Verenigde Nederlanden. De Bruin: 'De zeven provinciën vormden in die
tijd een soort zelfstandige landjes. De macht van de provinciën is nooit
zo groot geweest als onder de Republiek der Verenigde Nederlanden. En
alle oude plakkaten en wetten, dus ook de Stichtse Landbrief, bleven nog
gelden.'
Dat duurde tot aan de Bataafse Revolutie in 1795. De
Bruin: 'Toen ging er een streep door alle oude afspraken. Het land werd
een eenheidsstaat. Later kwamen de namen en de grenzen van de oude
provincies terug, maar niet hun autonomie. Onder koning Willem I gaven
door hem benoemde gouverneurs zijn wetten door. Provinciale Staten
kwamen slechts een of twee keer bijeen.'
Met de grondwet van
Thorbecke in 1848, en de Provinciewet van 1850, krijgen de provincies
weer wat meer ruimte maar het principe van de eenheidsstaat blijft
gehandhaafd. Sindsdien zijn er nog talloze plannen geweest voor een
provinciale herindeling, vertelt De Bruin. 'Men geloofde dat
schaalvergroting tot meer efficiëntie zou leiden maar onderzoek toont
aan dat dat niet het geval is.'
De Stichtse Landbrief heeft als
document tegenwoordig geen zeggingskracht meer, vertelt De Bruin. 'Maar
de herdenking van de Stichtse Landbrief is nog wel waardevol omdat je
tegenwoordig ziet dat in veel landen de representatieve democratie onder
druk staat. En dan is het goed om na te denken over hoe de democratie
is gegroeid uit een laatmiddeleeuwse standenvertegenwoordiging en dat in
die Stichtse Landbrief ook allerlei elementen die met de rechtstaat te
maken hebben zijn vastgelegd. Dat bijvoorbeeld een vorst niet
autocratisch naar willekeur dingen kan beslissen. In het Amerikaanse
Capitool kun je dan ook een bronzen kopie zien van de Magna Carta en de
Declaration of Independence is nadrukkelijk gebaseerd op oude documenten
zoals de Magna Carta en het Plakkaat van Verlatinghe. En daarom is het
waardevol om te herdenken en laat ik in dit boek zien hoe die democratie
op regionaal niveau zich in de loop der eeuwen heeft ontwikkeld.'