Gemeente laat onderzoek doen naar slavernijverleden Utrecht

Foto: Andrew Martin pixabay

De gemeente Utrecht laat onderzoek verrichten naar de geschiedenis van de slavernij in Utrecht. Naar verwachting zullen de eerste resultaten bekend worden gemaakt na het zomerreces.

Aanleiding voor het onderzoek is een motie van de gemeenteraad van 11 juli jongstleden waarin de raad het college verzoekt om een wetenschappelijk onderzoek uit te laten voeren over de exacte rol die de stad Utrecht heeft gespeeld in de slavernijgeschiedenis van Nederland. Ook vraagt de raad in deze motie om dit onderzoek te gebruiken als eerste opmaat naar het formele excuses tijdens Keti Koti op 1 juni 2020 of 2021, indien de uitkomst van het onderzoek aangeeft dat Utrecht inderdaad een aandeel heeft gehad in het slavernijverleden.
Zowel de gemeente Rotterdam als Amsterdam laten soortgelijke onderzoeken uitvoeren. De gemeente Utrecht heeft, na een korte verkenning afgelopen zomer, besloten om niet samen te werken. Rotterdam is namelijk al circa twee jaar bezig met een onderzoek naar de rol van Rotterdam tijdens de slavernij. Dit onderzoek bevindt zich momenteel in de afrondende fase.
Wat betreft Amsterdam bleken er inhoudelijk teveel verschillen tussen de beide steden ten tijde van de slavernij om een samenwerking zinvol te maken. Amsterdam had destijds veel meer inwoners dan Utrecht. Bovendien hadden zowel de VOC als de WIC hun hoofdkantoor in Amsterdam. Daarom heeft Utrecht gekozen voor een afzonderlijk onderzoek waarbij wel sprake is van afstemming met andere gemeentes.
Het onderzoek zal uitgevoerd worden door drie onderzoekers. De gemeente heeft eerst contact gezocht met Nancy Jouwe, docent aan de Amsterdam University College en voorheen directeur van stichting Kosmopolis. Kosmopolis Utrecht is een multimediaal platform voor kunt en cultuur dat zich richt op het ontwikkelen en versterken van interculturele verbindingen in wijk, stad en land.
Reeds in haar hoedanigheid van directeur van Kosmopolis heeft Jouwe onderzoek gedaan naar het slavernijverleden van diverse plaatsen in Nederland, waaronder Utrecht. Dit heeft in Utrecht onder meer de wandelroute Mapping Slavery/Sporen van Slavernij in Utrecht opgeleverd.
Jouwe heeft mede op verzoek van de gemeente de samenwerking gezocht met de Universiteit Utrecht. Dit heeft geleid tot een onderzoeksteam waaraan, naast Jouwe, Matthijs Kuipers, docent Politieke geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en Remco Raben, Universitair Hoofddocent Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en bijzonder hoogleraar koloniale en postkoloniale literatuur en cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam deelnemen.
Het onderzoek naar de geschiedenis van de slavernij in Utrecht bevindt zich nu in de opstartfase en zal bestaan uit literatuur- en archiefonderzoek. Onderdelen zijn een netwerkanalyse van de toenmalige elite van Utrecht, diverse casestudies en dataverzameling rondom gerelateerde thema’s als rentenieren in Utrecht, de aanwezigheid van mensen van Afrikaanse en Aziatische afkomst en van abolitionisten in Utrecht. De kosten van het onderzoek bedragen 20.000 euro per jaar, in totaal 40.000 euro. Dit wordt bekostigd vanuit de portefeuille diversiteit.
De verwachting is dat na het zomerreces de eerste fase van het onderzoek afgrond zal zijn en de eerste resultaten bekend zullen worden. De gemeente en de onderzoekers vinden het belangrijk dat de Utrechtse geschiedenis met zoveel mogelijk Utrechters gedeeld wordt. Daarom zal in oktober, de maand van de geschiedenis, het onderzoeksteam de resultaten presenteren in een publieke bijeenkomst.
Na de bijeenkomst start de tweede fase van het onderzoek waarin de onderzoekers zullen werken aan een publicatie die in het voorjaar van 2021 uit zal komen. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt beslist wat er vervolgens gaat gebeuren. Hierover zal het college de gemeenteraad begin 2021 inlichten.

Reacties