Groot deel van doelgroep basiseducatie wordt niet bereikt

Foto: congerdesign via pixabay

De gemeente Utrecht doet veel op het gebied van basiseducatie: het leren van taal, rekenen en digitale vaardigheden aan volwassenen. Toch wordt een heel groot deel van de doelgroep niet bereikt, zo blijkt uit onderzoek van de Rekenkamer Utrecht.

De Rekenkamer stelt dat het helpt als de gemeente meer zou weten over de doelgroep, meer afspraken zou maken over verantwoording, zich meer richt op Nederlandstalige laaggeletterden en rekenen, kiest voor een meer integrale aanpak en er ook de werkvloer en de werkgever bij betrekt.
De ambitie van de gemeente is dat de Utrechtse basiseducatie jaarlijks 3.000 Utrechters bereikt. Die ambitie wordt gehaald. Dit betreft slechts ongeveer 10 procent van de geschatte totale doelgroep van circa 30.000 personen. Of het aantal inwoners met onvoldoende basisvaardigheden toe- of afneemt, is overigens niet bekend.
De rekenkamer raadt de gemeente dan ook aan om meer te weten te komen over de omvang van de doelgroep, meer regie te voeren en toe te werken naar een intensievere en minder vrijblijvende aanpak. Ook zou het helpen als de gemeente concretere doelen opstelt en daarbij ook het maatschappelijk effect meeneemt (zoals de bijdrage tot grotere zelfredzaamheid, actievere deelname aan de samenleving en meer arbeidsmarktparticipatie).
Wat het maatschappelijk effect is van het educatiebeleid, blijft nu nog onduidelijk. Er wordt, om de vorderingen bij te houden, bijvoorbeeld geen goed monitoringsysteem gebruikt. Ook zijn de vorderingen van deelnemers die geen diplomagerichte educatie volgen (veelal gegeven door vrijwilligers), lastig inzichtelijk te maken.
De rekenkamer ziet mogelijkheden om meer inzicht te krijgen in resultaten en effecten. Elders in Nederland bestaan hier al methoden voor. Duidelijker afspraken met educatieaanbieders de gewenste verantwoordingsinformatie zijn nodig.
Het aanbod van basiseducatie in Utrecht is groot en beschikbaar voor vele doelgroepen. Toch zijn er ook groepen die nog beperkt worden bereikt. De gemeente besteedt bijvoorbeeld relatief weinig middelen aan versterking van de rekenvaardigheden van Utrechters en de taalvaardigheid van Nederlandstaligen (NT1), een grote groep die ook landelijk nauwelijks wordt bereikt. In Utrecht is voor hen weinig educatieaanbod beschikbaar. De rekenkamer suggereert dan ook dat de gemeente dit aanbod zou moeten verbreden.
NT1’ers bereik je daarnaast door vaker indirecte, innovatieve methoden toe te passen. Daarbij biedt de werkvloer kansen en is er een grotere rol voor werkgevers weggelegd. Ook de gemeente zelf kan meer aandacht besteden aan taal op de werkvloer en hierin als werkgever het goede voorbeeld geven.
Op het gebied van basiseducatie is nog onvoldoende sprake van integraal werken. Verschillende beleidsafdelingen van de gemeente zouden meer integraal beleid kunnen voeren op het gebied van de basisvaardigheden. Bijvoorbeeld door te werken aan één gezamenlijke aanpak van signalering van laaggeletterdheid en doorverwijzing naar basiseducatie, het bij Werk en Inkomen gebruiken van de mogelijkheden die non-formele educatieaanbieders bieden, en het beter benutten van de mogelijkheden van de Participatiewet om meer uitkeringsgerechtigden met een taalachterstand te stimuleren basiseducatie te gaan volgen

Reacties