Oud Broesepand blijft eigendom van gemeente

Foto: gemeente Utrecht

Het college van B&W wil het complex aan de Oudegracht 167, beter bekend als het oude Broesepand, in eigendom houden. Dit Rijksmonument was van oorsprong een warenhuis, waardoor het pand zich tot op de dag van vandaag nog uitstekend leent voor een combinatie van diverse functies. Door te investeren in de herontwikkeling van dit pand wordt de monumentale waarde van het pand versterkt en een impuls gegeven aan het centrum. Met een verhuurbaar oppervlak van circa 7.500m2 is het mogelijk om hier zowel commerciële als maatschappelijke initiatieven ruimte te bieden.

Voor het complex aan de Oudegracht is een pandvisie opgesteld. Daarin komt naar voren dat in het pand op de begane grond commerciële functies kunnen komen, die aansluiten bij het winkelgebied. De verdiepingen erboven kunnen worden ingevuld met maatschappelijke functies. Ook is een combinatie van commercieel en maatschappelijk mogelijk. Dan valt te denken aan bijvoorbeeld start-ups of scale-ups.
De aankomende maanden worden de plannen verder uitgewerkt en de financiële consequenties in beeld gebracht. Om het complex toekomstbestendig te maken moet er geïnvesteerd worden. Hiervoor komt een voorstel in het voorjaar van 2022. Tot de herontwikkeling van het complex onderzoekt de gemeente welke mogelijkheden er zijn om ruimte te bieden aan culturele, educatieve en museale functies en sociaal ondernemers.
Voor het opstellen van de pandvisie is gebruik gemaakt van bouwstenen uit het ambitiedocument maatschappelijke waarde vastgoed. Met het ambitiedocument maatschappelijke waarde vastgoed geeft het college invulling aan de afspraak die in het coalitieakkoord is gemaakt over het actualiseren van het vastgoedbeleid, waarbij de maatschappelijke waarde van het vastgoed meer centraal moet staan. Met dit ambitiedocument wordt een eerste stap gezet naar een geactualiseerde kaderbrief Vastgoed.
Gemeentelijk vastgoed is een belangrijk instrument voor de gezonde groei en duurzame ontwikkeling van de stad. Dit doet de gemeente vanuit de strategie ‘Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen’. Een gezonde stad vraagt om goede gebouwen, die aansluiten op de behoeften van vandaag én morgen. Dit betekent concreet dat de gemeente haar vastgoed niet zomaar verkoopt, maar eerst goed onderzoekt hoe haar vastgoed kan bijdragen aan de stad. Voorop staat dat organisaties via een beleidsafdeling (vb. cultuur of sport) kunnen worden gehuisvest. Wanneer daar geen vraag naar is, kijkt de gemeente of het pand actief kan worden ingezet door het een tijdelijke maatschappelijke invulling te geven en nieuwe initiatieven een kans te bieden. Met haar eigen gebouwen wil de gemeente het goede voorbeeld geven op het gebied van gezonde verstedelijking en daarmee maatschappelijke waarde creëren. Of dat nou gaat om verduurzaming, toegankelijkheid of gezondheid en circulariteit. Ook moeten gebouwen in eigendom van de gemeente een impuls aan de wijk geven.
De afgelopen jaren heeft Vastgoedorganisatie Utrecht al stappen gezet om meer maatschappelijke waarde te creëren met het gemeentelijk vastgoed:
–    Utrecht was één van de eerste gemeentes die haar huurders de mogelijkheid biedt om huurkorting aan te vragen ten tijde van corona vanuit het principe ‘Samen de pijn dragen’.
–    Als eerste gemeente het leegstandsbeheer aanbesteed met een maatschappelijke opdracht.
–    Met het verduurzamen en energieneutraal maken van haar kernvastgoed loopt Utrecht voorop in Nederland. Om die reden heeft Utrecht als voorbeeld gediend bij het ontwikkelen van de Nationale Routekaart Duurzaam Vastgoed.
Het ambitiedocument laat zien welke visie de gemeente heeft om maatschappelijke waarde te creëren en hoe ze dat voor elkaar wil krijgen. Een voorbeeld hiervan is een pandvisie die een langtermijn perspectief schetst. Ook wordt de mogelijkheid van het ontwikkelen van een (gratis) Makelpunt app onderzocht. Zo kan iedereen op een eenvoudige wijze zien welke ruimte er beschikbaar is om bijvoorbeeld te ondernemen, sporten, dansen of vergaderen. De zichtbaarheid van beschikbare locaties voor initiatiefnemers in de stad wordt op deze wijze vergroot. Daarmee wordt direct ingespeeld op de snelle dynamiek van de stad: snel kunnen schakelen: zoeken-vinden-boeken.
Het komende jaar wordt in pilots onderzocht hoe het gemeentelijk vastgoed ook voor maatschappelijke initiatieven ingezet kan worden die niet direct gekoppeld zijn aan een beleidsdoel. Om zo de financiële, juridische en maatschappelijke consequenties van de ambities van de gemeente inzichtelijk te maken voordat dit wordt vastgelegd in de kaderbrief Vastgoed.

Reacties