UTRECHT - Nadat afgelopen maandag het Openbaar Ministerie tegen de vier hoofdverdachten in de grote hennep- en witwaszaak Listel straffen had geëist tussen de 4,5 en 3 jaar, zijn vandaag, de laatste dag, de zaken van nog drie verdachten behandeld.
Tegen een 44-jarige vrouw uit Maarssen is een gevangenisstraf van 6 maanden geëist waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en daarnaast een werkstraf van 240 uur. Zij zou zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige ondermijnende criminaliteit. Gedurende een periode van een jaar zou zij voor meerdere verdachten, meerdere goederen zoals een caravan, een boot, een waterscooter en enkele auto’s hebben witgewassen. In de strafeis is rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de vrouw. Het OM wees hierbij enerzijds op 'het ondermijnende effect dat onmiskenbaar groot is wanneer een politica in de maatschappij zich schuldig maakt aan strafbare feiten als witwassen. Het raakt de geloofwaardigheid van de functie en daarmee de uiteindelijke werking van de maatschappelijke instituties. Anderzijds is de publiciteit belastend geweest en dit werkt voor het Openbaar Ministerie strafverminderend'.
Klusjesman
Het OM eiste tegen een 46-jarige man uit Utrecht 12 maanden gevangenisstraf voor het verrichten van werkzaamheden in het kader van de hennepteelt. Hij heeft geen enkele openheid van zaken gegeven en heeft daarmee geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn aandeel.
Meegezogen
Tegen een 64-jarige man uit Haarlem werd 4 maanden gevangenisstraf met een proeftijd van 2 jaren geëist en daarnaast een werkstraf van 120 uur vanwege medeplichtigheid aan hennepteelt door twee maal te knippen. Daarnaast was hij in het bezit van een vuurwapen en wordt hij ervan verdacht een bedrag van 70.300 euro te hebben witgewassen. De verdachte man heeft een (niet relevant) strafblad; hij lijkt te zijn meegezogen in het criminele gedrag van zijn schoonzoon, de hoofdverdachte. Verdachte blijft echter verantwoordelijk voor zijn eigen handelen, aldus het Openbaar Ministerie.
Tijdens de zitting benadrukten de officieren dat het hier 'niet gaat om een momentopname maar om een lange periode waarbinnen elke verdachte had kunnen beslissen geen deel meer te willen nemen aan deze criminele handelwijze. Kennelijk wogen de verdiensten zwaarder dan het risico om daadwerkelijk aangepakt te worden'.
De uitspraak is op 10 maart.