Intensivering samenwerking rondom topsport en talentontwikkeling

Foto: pixabay

Utrechtse sportaanbieders, het bedrijfsleven, maatschappelijke partners uit de stad en gemeente Utrecht intensiveren de samenwerking rondom topsport en talentontwikkeling. Afspraken over dit thema is aangevuld in het Utrechts Sportakkoord dat vorig jaar door ruim 100 (sport)partners is ondertekend. De nieuwe afspraken hebben betrekking op het verbinden van partijen met een rol in talentontwikkeling, het versterken van de sporttechnische bagage van coaches en het vergroten van kennis, ontwikkeling en innovatiekracht bij topsportverenigingen en regionale talentcentra.

Maarten van Ooijen, wethouder Sport: “De samenwerking tussen sportclubs in het Utrecht Talent Center en de samenwerking tussen topsport en het bedrijfsleven kan intensiever. Hier willen we de komende jaren aan gaan werken. Ook is er aandacht voor de sportcoaches, zij spelen immers een cruciale rol bij de ontwikkeling van talentvolle sporters. Het is belangrijk dat sportcoaches de juiste kennis hebben en deze kennis ook delen. Topsportverenigingen worden geholpen bij een adequaat selectiebeleid. Dit allemaal zodat jonge, sportieve talenten in Utrecht zo goed mogelijk tot hun recht komen.”
Partijen in de stad worden uitgedaagd om ideeën en activiteiten op te zetten die bijdragen aan het versterken van topsport en talentontwikkeling in Utrecht. Ook wel challenges genoemd. Voor de challenge sportaanbieders kan een financiële aanvraag worden gedaan van maximaal €750 per jaar. Denk hierbij aan activiteiten zoals scholing, het implementeren van nieuwe trainingsmethodieken of het inzetten van een sportervolgsysteem. Samenwerkende partijen met grootsere plannen kunnen zich aanmelden voor een challenge alliantie. Alle voorwaarden en voorbeelden van activiteiten zijn te vinden op de website www.sportakkoordutrecht.nl.
Het nieuwe thema wordt digitaal geïntroduceerd met een aantal mooie en sportieve elementen van Utrecht in beeld. De boodschap luidt: “Utrecht, dé sportieve talentstad van Nederland.”

Reacties