Utrechtse wiskundige gaat Nederlandse exitstrategie berekenen

Foto: UU

Wat gebeurt er als jongeren onderling weer meer contact mogen hebben? Of als we besluiten de deuren van basisscholen weer te openen? Neemt het aantal besmettingen dan zodanig toe dat we de IC-capaciteit alsnog dreigen te overschrijden? Wiskundige Martin Bootsma modelleert de verschillende combinaties van maatregelen en zoekt zo naar het optimale scenario voor Nederland: maximale bewegingsvrijheid zonder dat de piek op de IC te hoog wordt. Zijn project ontving onlangs financiering van het Netherlands eScience Center.

Samen met collega’s van het UMCU onderzoekt Bootsma in hoeverre de Nederlandse overheid de beperkende maatregelen van onderling contact kan loslaten. Bootsma promoveerde op het modelleren van infectieziekten. Normaal gesproken zet hij dit in voor het bestuderen van de verspreiding van antibioticaresistentie in ziekenhuizen.
Veel wiskundige modellen die de verspreiding van het virus voorspellen houden géén rekening met verschillen tussen landen en regio’s.
Bootsma werkt aan de ontwikkeling van een model dat specifiek geldt voor Nederland. Dat is belangrijk, omdat de manier waarop het virus zich verspreidt samenhangt met lokale omstandigheden, zoals maatschappelijke normen en gewoonten en de manier waarop de bevolking zich beweegt gedurende de dag. Er zijn inmiddels heel wat wiskundige modellen die de verspreiding van het virus voorspellen, maar die lijden aan de curse of locality en houden géén rekening met dit soort verschillen tussen landen en regio’s.
Wetenschappelijk gezien is de uitbraak van Covid-19 een interessant probleem en het geeft goed weer wat de maatschappelijke relevantie is van het vakgebied, vindt Bootsma. Bootsma maakt modellen waarin veel parameters samenkomen en op verschillende manieren met elkaar combineren, zoals leeftijdscategorieën, geslacht, mate van onderling contact en gemiddelde verblijfsduur op de IC.
Het worden grote modellen die numeriek een ingewikkeld probleem vormen. Het rekenwerk dat zo’n model oplevert, is zelfs Bootsma te specialistisch. Daarvoor heeft hij dan ook de hulp ingeroepen van collega’s met bijzondere kennis van optimale scenario’s. Het geeft goed aan hoe complex het vraagstuk is waarvoor we op dit moment staan in de coronacrisis. Zelfs binnen de wiskunde is dit een multidisciplinaire uitdaging.Over de hele wereld houden wiskundigen zich bezig met de verspreiding van het coronavirus. De één buigt zich over de verspreiding in het algemeen, de ander kijkt, net als Bootsma, naar de verspreiding binnen een land of regio. Resultaten worden zo snel mogelijk met elkaar gedeeld, zodat de wetenschappers kunnen voortbouwen op elkaars werk. Dat gebeurt nog vóór de peer reviews, want anders duurt het allemaal te lang. Bijvoorbeeld via het platform medrxiv.org. Daar zijn nu al zo’n 1800 corona-gerelateerde preprints te vinden.

Reacties