Maliebaan rijk aan paddenstoelen

Foto: pixabay

De Maliebaan blijkt bijzonder rijk aan paddenstoelen. Dat meldt Nature Today. De combinatie van Hollandse linden, de kalkhoudende kleiafzettingen van de Kromme Rijn én een goed maaibeheer, zorgt voor ideale omstandigheden.

In opdracht van de gemeente Utrecht inventariseert mycoloog Peter-Jan Keizer de paddenstoelen in een aantal lanen, bermen en andere groenstructuren in Utrecht. Het doel van deze inventarisatie is het verkrijgen van inzicht in de waarde van de stad voor paddenstoelen en de factoren die daar van invloed op kunnen zijn, waaronder beheer. De Maliebaan is één van de lanen die door Keizer wordt onderzocht. Over een lengte van ruim zevenhonderd meter staan zes rijen linden in het gelid in een kortgrazige vegetatie, gescheiden door wandelpaden en de baan die momenteel nog als rijweg door auto’s wordt gebruikt. De gemeenteraad heeft besloten om een wandel- en fietspromenade te maken op de middenbaan van de hele Maliebaan en de historische groenstructuur te verbeteren en herstellen. Het is dan ook belangrijk om goed inzicht te hebben in de natuurwaarden van het gebied.
De Maliebaan is bij uitstek een geschikte groeiplaats voor paddenstoelen. In 2019 en 2020 zijn ongeveer negentig soorten paddenstoelen vastgesteld. De paddenstoelenrijkdom komt in de eerste plaats door de aanwezigheid van linden, die met veel soorten paddenstoelen een symbiose aangaan. De linden staan bovendien in een kortgrazige ondergroei, waar al gedurende decennia het gras frequent wordt gemaaid en gestage verschraling optreedt. Dit wordt versterkt door het verwijderen van de gevallen bladeren in het najaar. Tot slot is de Maliebaan gelegen op de kalkhoudende klei- en zavelafzettingen van de Kromme Rijn, waardoor sprake is van bijzondere bodemeigenschappen.
In de nazomer en herfst kunnen vele honderden paddenstoelen worden geteld. Met name de grote boleten vallen dan op. De Gladstelige heksenboleet (Boletus queletii) kan de talrijkste soort zijn met tientallen of soms honderden exemplaren. Deze landelijk matig algemene boleet is te herkennen aan de oranjeachtige buisjes en de steel is bedekt met kleine niet bij de steelkleur afstekende vlokjes. De hele paddenstoel kleurt sterk blauw bij aanraking. De Netstelige heksenboleet (Boletus luridus) komt er ook voor; deze heeft een donkerrood gekleurde netvormige tekening op de steel. Beide genoemde soorten zijn vrij dik en plomp. De veel algemenere Blozende fluweelboleet (Xerocomus declivitatum) is slank gebouwd, heeft gele buisjes en vaak oranje vlekjes in de steelvoet. Ook deze groeit langs de Maliebaan. In 2019 werd de minder opvallende, maar wel uiterst zeldzame, Leemkleurige rouwridderzwam (Lyophyllum poelochroum) ontdekt en in 2020 de zeldzame Blanke pronkridder (Tricholomella constricta). Beide soorten zouden in een natuurgebied niet misstaan.
Het stedelijk gebied herbergt een grote verscheidenheid aan planten en dieren en de biodiversiteit is vaak verrassend hoog. Zeker bij planten is het duidelijk dat de mens een grote rol heeft in het soortenspectrum. Niet alleen heeft de mens bewust een breed scala aan soorten als tuin- of sierplant geïntroduceerd, ook onbewust zijn middels transport van goederen tal van exoten in de stad beland. Voor paddenstoelen geldt dit niet. Zij kunnen zich door middel van hun vederlichte sporen over grote afstand door de lucht verplaatsen. In oude groenstructuren die de loop van de tijd nauwelijks zijn verstoord, waaronder lanen, kan zich in de loop van eeuwen dus een grote diversiteit aan soorten vestigen. Alle groeiplaatsen van paddenstoelen berusten daarmee op spontane vestigingen. Daardoor zijn paddenstoelen heel goede indicatoren van natuurkwaliteit, ook midden in de stad.

Reacties