Pyke Koch en zijn zelfportret uit 1937

Foto: CMU/Ernst Moritz

Tot en met 18 maart is de groots aangepakte tentoonstelling De wereld van Pyke Koch te zien in het Centraal Museum. Daarbij natuurlijk ook de klassieker Zelfportret met zwarte band uit 1937.

In 1935 had Koch al een zelfportret gemaakt. Over het resultaat was hij niet tevreden en hij vernietigde het. Een jaar later maakte hij een nieuwe versie die qua compositie sterk lijkt op het werk uit 1935, maar een krachtiger uitstraling heeft. Beide schilderijen waren zonder zwarte band om het hoofd. In 1937 maakte hij zijn derde zelfportret, nu wel met zwarte band. Na de oorlog verklaarde Koch dit door er op te wijzen dat het voorhoofd op de twee voorgaande zelfportretten, compositorisch gezien een te groot ononderbroken vlak was. *

Op initiatief van het Genootschap Kunstliefde werd dit befaamde schilderij in 1938 aan het Centraal Museum geschonken ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het museum. Dat het bestuur van Kunstliefde voor dit schilderij koos, bleek de vooropgezette bedoeling. Er werd nog wel een heuse adviescommissie benoemd, bestaande uit de literator Jan Engelman, jhr. dr. René Radermacher Schorer, van 1930 tot 1937 penningmeester van Kunstliefde en mecenas van de schone kunsten in Utrecht en Cor Schilp, journalist en kunstcriticus van Het Utrechts Dagblad, maar dat was meer voor de bühne dan dat het iets om het lijf had. Deze commissie is namelijk nooit bijeen geweest. Het was, om met de toenmalige secretaris van het bestuur van Kunstliefde Louis Wijmans die zelf ook een bijdrage gaf, te spreken: ‘…een procedure op z’n janboerenfluitjes.’** Gedurende de ’selectieprocedure’ was het schilderij van Koch te zien in het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië 1938.

De aankoop van het schilderij gebeurde op een bijzondere wijze, namelijk door wat we nu een crowd funding-actie zouden noemen. Onder Utrechtse burgers, of beter gezegd, onder vrienden van het Centraal Museum werd geworven voor een financiële bijdrage. In een fraai gekalligrafeerd register dat met de schenking gepaard ging, zijn de namen van 144 schenkers opgenomen.

Titelblad register, onbekende kalligraaf

Eerste pagina met namen van schenkers in het register

Als je de namen van de schenkers langsloopt, zie je een staalkaart van de Utrechtse bestuurlijke, industriële en culturele elite van die tijd. De eerste pagina maakt dat al duidelijk: Bosch ridder van Rosenthal was oud-commissaris van de Koningin in de provincie Utrecht. Mgr. De Jong was aartsbisschop in Utrecht en Mgr. Rinkel aartsbisschop van de Oudkatholieke Kerk, ook te Utrecht. Ter Pelkwijk was toen burgemeester van Utrecht. Van Aalst was oud-bankier en president-directeur van de Ned. Handels Maatschappij, de latere ABN. Elisabeth Adriani-Hovy en Nans Amesz waren beide schilder en lid van het Genootschap Kunstliefde. Veertien andere leden van Kunstliefde staan ook in het register vermeld, waaronder Bernard Kerkhof, de toenmalig voorzitter. En zo gaat het maar door, veertien pagina’s lang: Utrechtse adel, industriëlen waaronder Fentener van Vlissingen en hoogleraren zoals Willem Vogelzang, de eerste hoogleraar Kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Ook de Senaat van het Utrechts Studenten Corps liet zich niet onbetuigd en dat van Unitas bleef niet achter.

Kortom, geen dubbeltjes actie, eerder een daalder actie. In het jaarverslag 1938 van Kunstliefde staat hierover: ’Verschillende gaven, groot en klein, varieerend tusschen f. 100,- en f. 0.20 kwamen binnen.’ Het bracht in ieder geval genoeg op om het schilderij direct van de kunstenaar te kunnen kopen. Op 5 september 1938 bood de voorzitter van Kunstliefde het schilderij, zoals het in het jaarverslag 1938 van Kunstliefde staat ‘…namens de Utrechtse burgers aan het gemeentebestuur aan ter plaatsing in het museum.’ Daar hangt het sindsdien bijna altijd op zaal.

Zelfportret met zwarte band betreft dus een schilderij dat in 1938 door de vertegenwoordigers en leden van Kunstliefde én door de culturele elite van Utrecht én door de samenstellers van het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië, als hoogtepunt van de Nederlandse schilderkunst werd gezien. Ten tijde van het tonen van het schilderij op de Biënnale, noch toen het werd aangeboden aan het Centraal Museum, is in de stedelijke, nationale of internationale pers de connotatie met het fascistisch gedachtegoed aan dit werk verbonden. Heroïsch, onverzettelijk en wilskrachtig, ja. Dat alles en ook het ideaal van de nieuwe mens uitstralend. Maar evident fascistisch? Wellicht dat dit kunstcritici die het zelfportret met zwarte band als zodanig karakteriseren, kan verleiden er met een iets meer relativerende blik naar te kijken. (Jaap Röell)

* A. Ouwerkerk en L. Van Tilborgh, Een schilderij centraal; Zelfportret met zwarte band, uitgave Centraal Museum, 1980 pag. 4.

* * idem, pag. 4.

Reacties