Een echte Barbara Hepworth in het stadskantoor!

Foto: gemeente Utrecht

Toen ik daar op werd geattendeerd, wist ik niet hoe snel ik mij bij de ambtenaar kunst en cultuur Mathilde Heyns moest vervoegen om daar meer over te weten te komen. De Engelse Dame Barbara Hepworth (1903-1975) behoort immers tot de absolute wereldtop van beeldhouwers en wordt tot de belangrijkste Britse beeldhouwster van de twintigste eeuw gerekend.

In elk zichzelf respecterend wereldmuseum van moderne kunst is ze opgenomen of hadden ze altijd al een beeld van haar willen hebben. De Tate Gallery in Londen beschikt over de meeste van haar beelden. In Nederland heeft o.a. het Kröller-Müller Museum een aantal prachtige beelden van Hepworth en ook het Museum Boymans van Beuningen beschikt over werk van haar.

Hepworths vaak grote beelden van steen, brons of hout worden gekenmerkt door organisch abstracte vormen die door veelal ronde of ovale gaten zijn doorboord, daarmee ruimte en doorzicht binnen de beelden creërend.

Voldoende reden dus om mij naar het stadskantoor te reppen. Daar zag ik op de semi-openbare 21e verdieping van het gebouw, dit bronzen beeld, Epidaurus II uit 1961, nummer 4 uit een oplage van zeven.
Een slechte foto, ik erken het direct, maar ontegenzeggelijk een echte Barbara Hepworth. Het beeld zal gerestaureerd worden, het verkeert op sommige plekken in slechte staat.

Hepworth noemde haar beelden graag ‘vormen’. In dit geval Pierced Form. In 1960 maakt ze deze vorm uit Nigeriaans guareahout, een taxussoort, en in 1961 liet ze er een bronzen beeld van gieten met enige afwijkingen ten opzichte van de verhoudingen van het houten origineel. Zo is het gat iets groter en is ook de horizontale lijn aan de voorkant smaller. Een van de bronzen nummers staat in de Tate Gallery in Londen en een ander in St. Ives, op het puntje van Cornwall Engeland, waar zij vanaf 1949 tot haar dood woonde en werkte. Het houten origineel is ook opgenomen in de collectie van de Tate Gallery.

Dit exemplaar, nummer 4/7, werd in 1979 door de gemeente aangekocht bij Galerie Hella Nebelung te Düsseldorf. De voormalige balletdanseres Hella Nebelung opende de galerie op 22 december 1945 in de totaal geruïneerde stad en heeft tot haar dood in 1985 de nationale en internationale voorhoede van de hedendaagse kunst in haar galerie getoond. Het beeld is toen geplaatst in de foyer van het in januari 1979 geopende Muziekcentrum Vredenburg. Daar moet het mij ontgaan zijn want ik herinnerde het mij niet meer. Bij de nieuwbouw van het Muziekcentrum is het beeld in depot gezet bij het Centraal Museum en na oplevering van het stadskantoor, aldaar geplaatst. Alle reden om daar wat aan te doen.

Dit beeld verdient het met Utrechtse trots aan het publiek te worden getoond.
Eerst moet het gerestaureerd worden, op kosten van de gemeente. En daarna stel ik voor dat het in langdurige bruikleen aan het Centraal Museum wordt gegeven, onder twee voorwaarden:
het moet permanent getoond worden, dus niet in het depot verdwijnen,
bij aanvragen van andere serieuze musea voor een tijdelijke presentatie in een tentoonstelling over bijvoorbeeld 20e.-eeuwse Engelse beeldhouwkunst, moet het onder de daarvoor geldende condities worden uitgeleend.

Utrecht bezit een prachtig bronzen beeld van Barbara Hepworth. Daar zouden andere steden en musea de spreekwoordelijke moord voor willen plegen. Utrecht, maak er werk van!  (Jaap Röell)

 

Reacties