Utrecht 60 jaar terug: presentatie van de plannen voor de nieuwe wijk Kanaleneiland

Foto: UN

In de kantine van Heycop aan de Kanaalweg te Utrecht stond donderdagavond 12 januari 1961 een maquette van de dienst stadsontwikkeling van de gemeentelijke dienst van openbare werken. Deze maquette stelde het hele Kanaleneiland voor zoals de dienst dit zich voorstelde. De maquette diende als aanknopingspunt bij de lezing van de directeur van stadsontwikkeling ir. A. van der Steld, zo meldde het Utrechtsch Nieuwsblad op vrijdag 13 januari 1961.

Van der Steld hield de lezing voor de leden van de wijkvereniging ‘Wij op ons eiland’ en had de ontwikkeling van het Kanaleneiland tot onderwerp. Hij zette uiteen hoe de wijk bedoeld was als zelfstandig woongebied voor een bevolking verdeeld over 7.500 woningen, met een gemiddelde van vier leden per gezin. De wijk zal de beschikking hebben over eigen scholen, winkels en werkgelegenheid. Ir. Van der Steld vertelde hoe stadsontwikkeling wat de werkgelegenheid betreft, dacht aan kleine, niet te hinderlijke bedrijven.
Aan de hand van de maquette gaf hij de toehoorders een inzicht in de verdere plannen: de bouw van vijf kerken, 18 kleuterscholen, 23 lagere scholen, 4 ulo-scholen en 2 blo-scholen. Voorts zullen er drie scholen voor vglo komen, twee lagere en twee uitgebreid technische scholen, twee huishoudscholen, twee hbs’en of lycea en een hogere tuinbouwschool.
Ge√Įnteresseerd luisterde men toen ir. Van der Steld de plannen over park Transwijk ontvouwde. Hij vertelde hoe men dacht aan actieve recreatie met speelweiden, tennisbanen, een speelvijver, een openluchttheater, jeugdhonken en een verkeerstuin. Hierbij werd opgemerkt dat de sportverenigingen niet geheel aan hun trekken komen. Een voetbalveld bijvoorbeeld miste men.
In het hart van het Kanaleneiland zal een groot wijkcentrum komen met 70 winkels. Hierbij zal een wijkgebouw verrijzen, de bejaardensoci√ęteit, een postkantoor, een politiebureau, een afdeling van de GGen GD en een cafe. Er komen ook buurtcentra en kleinere ‘groeperingen’ van winkels waar de wijkbewoners voor hun dagelijkse benodigdheden terecht kunnen.
De verhouding tussen hoog- en laagbouw (86:14) noemde ir. Van der Steld niet ideaal. Men dient echter zo economisch mogelijk met de bebouwing te werk gaan, verduidelijkte hij, omdat de gemeente Utrecht de grond langs minnelijke schikking heeft kunnen verkrijgen en er daarom meer voor heeft moeten betalen dan zij waarschijnlijk zou hebben gedaan, wanneer zij een onteigeningsprocedure had moeten volgen.

Reacties