Provincie Utrecht wil 20 miljoen uittrekken voor versnelling woningbouw

Foto: provincie Utrecht

Gedeputeerde Staten willen de komende vier jaar 20 miljoen uittrekken voor het versnellen van de woningbouw in de provincie Utrecht. De provincie heeft de ambitie dat er jaarlijks 10.000 woningen worden gebouwd in Utrecht, waarvan de helft in het sociale en middensegment.

Met het Uitvoeringsprogramma Versnelling woningbouw 2021-2024 worden de bestaande inspanningen geïntensiveerd. De provincie pakt nog meer haar rol als stimulator en facilitator om de woningproductie op te voeren. Op 11 november wordt in Provinciale Staten het Uitvoeringsprogramma besproken.
Gedeputeerde Rob van Muilekom: ”Het extra geld is hard nodig, want de krapte op de Utrechtse woningmarkt neemt toe en er is dringend behoefte aan meer betaalbare en toekomstbestendige woningen. Naast betaalbare woningen kennen de binnenstedelijke plannen vaker onrendabele toppen. We willen als provincie de woningproductie echt opvoeren. Dat kunnen we niet alleen, want we bouwen zelf geen woningen dat doen de gemeenten. Daarom willen we alle gemeenten, maar ook de woningcorporaties en marktpartijen nog meer, proactief, ondersteuning aanbieden zodat er meer en betaalbare woningen gerealiseerd zullen worden.”
Met het nieuwe Uitvoeringsprogramma richt de provincie zich de komende vier jaar niet alleen op binnenstedelijk bouwen, maar ook op locaties buiten het stedelijk gebied. Ook worden de mogelijkheden van nieuwe woonvormen voor bijvoorbeeld (kwetsbare) ouderen en flex-wonen onderzocht en gestimuleerd. Op regionaal niveau coördineert de provincie de samenhang tussen bouwplannen en andere opgaven, zoals energietransitie, bereikbaarheid, klimaatadaptatie en er wordt meer verbinding gezocht met het Rijk. Monitoring is hierbij een belangrijk instrument dat verder wordt uitgebouwd. De provincie krijgt dan meer inzicht in de behoefte die er is en de  (gerealiseerde) bouwplannen; zowel op lokaal niveau als voor de gesprekken met het Rijk.
Van Muilekom: “De woningbouw heeft ook te maken met nieuwe beperkingen en onzekerheden vanwege de stikstofcrisis, de coronacrisis en PFAS regelgeving. Ook de vereisten op het gebied van energie, circulariteit en klimaatadaptatie vragen extra aandacht. Gemeenten, corporaties en marktpartijen kunnen hier last van ondervinden bij het rondkrijgen van hun businesscase. Maar ik ben ervan overtuigd dat we als provincie het verschil kunnen maken door actief met deze partijen samen te werken en te zorgen voor de benodigde financiële middelen ook vanuit de provincie en het Rijk.”

Reacties